Laatste nieuws
Nieuw Afghaans wetsontwerp dat positie vrouwen en meisjes verslechtert. U kunt helpen dit tegen te gaan!
 meer
Veiligheid van vrouwen en kinderen verslechtert
 meer
Pogingen om rechtvaardigheid voor vrouwen te bewerkstelligen lijken te stoppen

 meer
Duizend dagen extreem leven
 meer

Nahid op facebook

 meer
Start bouw bedrijvengebouw
 meer

Mannen gebruiken de Islam om te doen wat zij zelf willen

 meer
Verklaring vrouwenorganisaties over Tokio Conferentie juli 2012
 meer

Reis van 26 oktober tot 20 november 2005.

Deel 1
Hebben jullie een bommelding gehoord? Op woensdag 26 oktober om ongeveer 5 uur in de middag? Nou dat was ik dus, althans de helft van mijn bagage. Want die stond onbeheerd op het perron van het station Frankfurt airport. De andere helft was met mij er bij in de trein naar Frankfurt Hauptbahnhof. Ik had vier tassen en die kon ik niet in een keer buiten zetten. Dus ging ik weer de trein in om de rest te pakken. Maar toen kreeg ik de deur niet meer open, want de trein vertrok alweer. Dat betekende een uur later en een trein terug via allerlei trappen en personeel van het station bij de balie 'lost and found'. En ja hoor, daar stonden de twee tassen. Toen moest ik nog bewijzen dat ik de eigenaar was. Natuurlijk stond nergens mijn naam op. Maar gelukkig kon ik met de sleuteltjes de sloten open maken en toen geloofden ze me.



Het vliegtuig vertrok een uur later dan gepland. Om 22.30 uur kregen we een warme maaltijd. En omdat we op tijd moesten eten vanwege de ramadan en rekening houdend met de snelheid in oostelijke richting om 1.45 uur weer. Na slechts zes uur vliegen in Kabul. Dat was dus zes uur in de morgen plaatselijke tijd. Maar nu was ik blij met de ramadan, want ik kon met een gerust hart Sattar bellen om me op te halen, omdat hij toch al op was vanwege de ochtendmaaltijd voor zonsopgang. Die zonsopgang was trouwens zo mooi vanuit het vliegtuig! Langzaam kleurde de hemel boven de bergen van lichtblauw naar gelig naar oranje en rood. En aan de andere kant kwam een heel vaag licht op de bergen, dat prachtig de reliefs liet zien. De atmosfeer in Kabul is nog viezer dan vorig jaar, want er zijn nog meer vervuilende auto's. Nu al heb ik meer geniest dan ik in een heel jaar doe. Het verkeer is verder weer vertrouwd: onder luid getoeter ieder gaatje opvullen totdat niemand meer verder kan. Telkens verbaast het me weer, dat ik nog ergens kom.



De hond ligt weer aan de ketting. In de modder, want de tuin is gesproeid. Toen hij me even geroken had, kwispelde hij weer uitgebreid en likte mijn handen: herkenning en onderdanigheid. Zijn vacht is weer heel hard. Ik was best wel boos, omdat hij vast zat en in de modder moest liggen. Morgen maken ze een verhoging met wat lappen erop. Als ik terug ben uit Ghazni ga ik me weer uitgebreid met hem bemoeien. Je kunt als hond dus maar beter geboren worden in Nederland.


In de binnenstad van Kabul zie ik nu minder burka's en meer vrouwen. Maar in de buitenwijken is het niet beter dan vorig jaar: veel blauw op straat, van de burka's. Hoe verder je van de binnenstad afkomt, hoe minder vrouwen buiten zijn. De verklaring zou zijn: ze kunnen niet beschermd worden. Tegen wat? vroeg ik. Tegen slaag en erger. Wat een rotsmoes: de mannen zijn gewoon zelf bang voor de resten van de taliban.



Onderweg van Kabul naar Ghazni (daar zal ik de eerste dagen mensen bezoeken) zag ik al aardig wat veldjes bewerkt worden. Veel meer bedrijvigheid dan vorig jaar. Er zijn ook heel veel boeren die weer een huis en hof aan het bouwen zijn. De meesten zijn te arm voor een tractor, dus ploegen ze met ossen. Bovendien zijn de veldjes te klein voor een tractor. De meeste slechts 5 x 10 meter. Er omheen zijn dijkjes gebouwd van keien en klei er tussen en er overheen. Dat is voor de irrigatie. Want in enkele rivierbeddingen staat nu toch echt water na vier jaar droogte. Op heel veel plaatsen lagen bultjes keien om dijkjes te maken. En onderweg zag ik veel meer groen dan een jaar geleden. Het heeft dan ook behoorlijk gesneeuwd afgelopen winter.



Waar het grondgebied van Kabul ophoudt is een controle door Afghaanse soldaten. Wij konden trouwens zo doorrijden. Maar ook stonden er twee Duitse pantserwagens van de ISAF. De ISAF is nog steeds nodig. Die houdt de taliban een beetje buiten Kabul. Buiten de stad zijn er zeker twee maal per week aanvallen door de taliban. En bijna altijd vallen er doden.



Om van Kabul naar Ghazni te gaan hadden wij een taxi nodig. Met een vertrouwde chauffeur, dus een bekende. Want die zal niet doorbellen dat wij onderweg zijn, zodat we niet al te bang hoeven te zijn voor een aanval. Want deze vorm van piraterij schijnt nog regelmatig voor te komen. Onze chauffeur was vertrouwd, want zijn vader had bij Zia op school gezeten en zij waren lid van dezelfde politieke partij.

Deel 2
Ghazni is meer een dorp dan een stad. Het ligt op ongeveer 120 kilometer ten zuiden van Kabul. Om 7.30 uur zit ik heerlijk in het zonnetje, in de hof. Langzaam wordt de wereld wakker. Uit iedere deur komt af en toe iemand naar buiten: sobagei, goede morgen. Lekker geslapen? Heel rustig en vredig. Vanachter de muren van de hof vandaan beginnen ook geluiden en stemmen te komen. Af en toe roept iemand iets en antwoordt een ander van ergens vandaan. De duiven koeren en de mussen scharrelen rond op zoek naar voedsel.



De mannen zijn al naar het werk of de moskee, de vrouwen zitten op het trappetje te praten. Er komt nooit een eind aan, aan dat praten. Waar halen ze de woorden nog vandaan? Gelukkig versta ik er niets van, tenzij iemand vertaalt, dus kan ik lekker in mijn eigen gedachten blijven.



Gedurende de dag word ik van de ene familie meegesleept naar de andere. Naar ooms, grootouders, schoonouders, broers en zussen. Alle broers blijven, als ze zijn getrouwd, bij hun ouders wonen. In de hof (een ommuurde ruimte waarin enkele wooneenheden zijn gebouwd) heeft ieder gezin zijn ruimte om te wonen. Maar in de praktijk leven ze allemaal door elkaar heen. De kinderen groeien zo met elkaar op en leren ongedwongen 'hoe het hoort'. Vaak slapen alle kinderen bij de grootmoeder, zodat de ouders vrij zijn in hun slaapruimte.



Iedere avond eet ik ergens anders. En altijd met minstens 15 mensen. En ook altijd een uitgebreide maaltijd, want hier is het tijdens de ramadan hun enige echte maaltijd.(Om half vier in de morgen eet men koekjes en drinkt thee.) Eerst krijgt iedereen om de vasten te breken een dadel. Er wordt gebeden door iedereen afzonderlijk, op een bidkleedje in de kamer, terwijl anderen gewoon doorpraten en lachen. En langzamerhand neemt iedereen plaats rondom het grote kleed op de grond met heel veel rijst, spinazie, een soort patat, soms heerlijke aubergine, een soort gehaktballetjes, peterselie waarvan je afhapt, heel dunne en korte ongekookte preitjes waarvan je steeds een hapje neemt en heel veel fruit: appels, granaatappels, gezoete pruimen en bananen. Daarna komt de thee, waarvan iedereen hele sloten drinkt, met een gezoet vruchtje en rozijnen en amandelen. En weer wordt er heel veel gepraat, gepraat en gepraat. Het is voor mij een kakafonie van woorden en geluiden. Totdat er wordt vertaald, dan doe ik weer even mee. Maar ik vind het helemaal niet vervelend om niet mee te kunnen praten, want als toeschouwer voel ik mij prima.



Wat de mensen op de markt in Ghazni mij vertelden: Het is wel een beetje beter nu in Afghanistan. We hebben meer vrijheid en de vrouwen mogen weer op straat en naar school. "Waarom zijn er dan zo weinig vrouwen op straat en lopen ze hier dan nog in burka?" "Ze zijn bang voor de taliban, maar van ons mogen ze zonder lopen." "Ons probleem is dat we arm zijn. Al het geld gaat naar de rijken en die geven niets aan ons. Gelukkig hebben we bijna allemaal wel een huis, dus geen huur, maar we moeten ook kleren hebben en voedsel en medicijnen. De gemeente doet niets voor ons, het geld verdwijnt in de zakken van de hoge ambtenaren." Toen ik vroeg: "Wat zou ik voor jullie kunnen doen?" antwoordden ze (net als in Palestina): "Vertel onze situatie in je eigen land. Dan kan niemand meer zeggen dat ze van niets wisten." Sommigen zien kans om een paar jaar in het buitenland te werken en met een beetje geld een winkeltje te beginnen, maar ik heb de indruk dat het aantal bedelaars groter is dan vorig jaar. Ik vertelde dat in Nederland de vrouwen volop mee kunnen praten over politiek en hoe dingen te bereiken. "Dat kan hier ook. Dat willen wij ook graag." Maar toen ik later in de schoonheidssalon was (om die te bewonderen!) die een vrouw in de huiskamer was begonnen, had de echtgenoot het hoogste woord en zei de vrouw nauwelijks iets. Er is nog een lange weg te gaan voordat ook de praktijk is zoals men zegt dat hij is.



Nog zo'n voorbeeld: Vanmorgen ging ik in Ghazni met enkele docenten naar de meisjesschool. We moesten nog ergens op wachten en praatten over van alles en nog wat. (Er zijn twee familieleden uit de VS over en die kunnen voor mij vertalen.) Ik vroeg ze, waarom ze in burka lopen, omdat gisteren enkele mannen ons hadden verzekerd dat het voor hun niet meer hoeft. Maar deze vrouwen doen het wel, omdat ze bang zijn voor hun vaders, broers en mannen. Die verplichten het hun, omdat die weer bang zijn voor vergelding door de taliban.



Toen we de straat opgingen vroeg ik ze of ze het nu met drie buitenlandse vrouwen in sjaal erbij aandurfden om met 'open' burka te gaan. Ze deden het alledrie. Op school aangekomen vroeg ik ze hoe dat had gevoeld: heerlijk, vrij, sterk, maar straks zonder jou doe ik mijn burka weer dicht. En dat terwijl dertig jaar geleden de vrouwen nog in mini-rokjes konden lopen. Dat was in de tijd van de koning. Die heeft toen de burka, die al eeuwen het kledingstuk voor de vrouwen buitenshuis was, afgeschaft.



Door hun eigen angst voor de vaders, echtgenoten en broers houden die de macht over de vrouwen, dat realiseren de vrouwen zich best wel. Maar hun kracht moet nog groeien en het besef met veel te zijn. Ze zullen in overleg met de mannen stap voor stap hun zelfstandigheid en gelijkwaardigheid moeten bevechten. Dat zal nog heel wat tijd kosten.


Vandaag is het de dag dat iedereen van buiten Ghazni komt om boodschappen te doen voor het suikerfeest. Het is nu zo druk dat de taliban niet opvalt. De hele familie vindt het dan ook verstandig dat ik niet naar buiten ga. Dus ben ik nu een echte Afghaanse vrouw: veroordeeld om binnen te blijven.



Vorig jaar op deze 28ste dag van de ramadan is Bettina, een Italiaanse journaliste vermoord, midden in Ghazni. Omdat zij buitenlandse was en probeerde de mensen hier te helpen. De taliban echter wil niet dat buitenlanders hulp bieden, want dat kan hun 'gezag' ondermijnen.

Deel 3
Na een maand alleen eten 's avonds na zonsondergang en 's morgens voor zonsopgang was de ramadam voorbij. Dus was het Suikerfeest. Iedereen bij iedereen op bezoek, in nieuwe kleren, de vrouwen en meisjes met al hun gouden sieraden omhangen. De mannen met nieuwe schoenen aan of nette westerse pakken. De jongetjes in echte streepjespakken en de meisjes in de prachtigste glimmende jurkjes met roesjes en glitters en glimmers. Allemaal kleren waarin je niet kunt leven. Maar je moet iets over hebben voor je status.



Op de straten in Kabul was het nog drukker dan anders. Tussen al dat door elkaar heen slingerende verkeer probeerde een verkeersagent onder grote witte pet nog iets te betekenen. De smog was nog veel erger dan op gewone dagen.



Op een open plek was een soort parodie op een kermis. Er was een draaimolentje en een reuzenrad van 3 meter hoog. Allebei gemaakt van boomstammen. Maar het werkte en de kinderen en opgeschoten jeugd hadden er veel plezier mee. Meisjes waren trouwens niet te zien. Zo wie zo waren er niet erg veel meisjes op straat, hoogstens met vader mee. Maar de vrouwen leken thuis te blijven, want die heb ik bijna helemaal niet gezien. Het blijft hier een mannenwereld.



4 november

Voor de hond heb ik met de jongens een slaapplaats gemaakt. Met oude roestige spijkers hebben ze wat planken op boomstammetjes getimmerd en daarop een paar nylon zakken en een oud stukje vloerkleed. Radju, de hond, vond het eerst maar vreemd, dat ding, maar later kreeg ik hem er toch op. Nu ligt hij er ook vaak overdag op. Ik blijf het moeilijk vinden om te zien dat een hond hier geen hondwaardig leven heeft. Als ik hem loslaat, begint ie heel hard te rennen en is duidelijk heel blij. Dat is ook nodig voor zijn spijsvertering. Gelukkig zijn de jongens niet meer bang voor hem.



Iedere eerste woensdag van de maand is er een 'borrel' in de Nederlandse ambassade. Met een echte toespraak van de ambassadeur en heel veel bobo's van de militairen. Maar ik heb er een paar interessante contacten aan overgehouden. Iemand die bezig is met opvangen van prostituees (bestaan die dan toch in Afghanistan??) en iemand die aan traumaverwerking doet voor vrouwen. En gisteren was ik met de jongens in een zandvlakte met enkele kale bomen, die zij park noemen, en daar ontmoette ik een duidelijk westerse vrouw. Ze bleek Amerikaanse te zijn. Daarmee kom je als vanzelf in gesprek. Zij doet ook van alles met vrouwen. Ook van haar heb ik het telefoonnummer en een uitnodiging om eens te komen praten. Doen we.



Het is nu behoorlijk koud hier, 10 - 12 graden en het regent af en toe. Maar omdat men hier geen verwarming in huis heeft, wordt je niet meer warm als je eenmaal koud bent. Ik snap niet hoe ze dat drie maanden vol houden, want zolang duurt ongeveer de winter. 's Avonds zit iedereen onder een deken en je gaat vroeg naar bed. Wat zijn wij in het westen dan weer verwend met onze CV. Overigens is het in lagere delen van Kabul minder koud buiten en ook warmer in de huizen. Maar de hond heeft nu een droge plek om te liggen. Grootvader heeft ons bouwsel vervangen door een pallet.



Omdat ik niet in mijn eentje op stap kan gan voel ik me net een gevangene. Ik ben altijd afhankelijk van anderen. En dat geeft niet als ik voor het 'werk' op stap ben, want dan gaan we toch samen. Maar op de dagen dat ik 'niets' kan doen, wil ik eigenlijk graag de stad in en rond kijken. Maar dat kan dan niet, omdat wie er is om met me mee te gaan, net aan het werk is in huis en dan wil ik het niet vragen. Bovendien wil ik eigenlijk het liefst alleen, want ik wil andere dingen zien dan de mensen hier begrijpen.


Van de week ben ik heel ongehoorzaam geweest: ik ben alleen in een taxi gestapt naar de vrouwentuin. Ik had daar een afspraak. Ik heb wel even gebeld dat ik goed aangekomen was. Maar het voelde heel vrij en onafhankelijk, heerlijk.



Het werk schiet niet echt hard op. Het gaat op z'n Afghaans: jajaja, maar niet doen. Of pas veel later. Maar ik heb wel een heel interessant bezoek afgelegd aan een van de vrouwenhuizen. (Er blijken er al twee te zijn, veel te weinig, zegt men. Een van de twee wordt gefinancierd door de Norwegian Church Aid.) Schokkende verhalen hoorde ik daar. En die versterken mij in de overtuiging dat de vrouwen, die hiervoor met oplossingen bezig zijn, moeten worden ondersteund in wat ze nodig hebben: support en geld. Het ging dan over gruwelijk geweld, gedwongen (door de echtgenoot) prostitutie, niet terug kunnen vanwege de kans vermoord te worden, maar nergens anders heen kunnen, uit huis gezet zijn door de tweede vrouw enz. Verhalen die ik al wel kende, maar die vanuit hun eigen mond en ogen nog veel erger zijn.

Deel 4
Wat vind je hiervan: Bezoek aan mensen die in de marge leven van de samenleving. Aan de rand van de stad staat een groot gebouw, dat nooit is afgemaakt. Er zitten geen deuren in, geen ramen, Het is niet meer dan een betonnen skelet van drie verdiepingen, met een dak, maar leeg en kaal. Althans niet meer leeg, want de regering, de eigenaar, heeft goed gevonden dat er een paar honderd gezinnen in leven. Zij hebben met karton, oude planken en lappen en plastic onderkomens 'gebouwd', waar mensen 'wonen'. Op de grond liggen lappen en plastic 'kleden' waarop wordt geslapen. Echte slaapmatten heb ik bij een enkeling gezien.


Mensen die geen inkomen en geen huis hebben 

leven in tenten of in de moskee of in 
nooit-
afgemaakte gebouwen


In de meeste gezinnen ontbreekt de vader. Deze vrouwen komen over het algemeen uit de vluchtelingen- kampen in Pakistan of Iran. Meestal met een hele stoet aan kinderen. Enkele vrouwen hebben helemaal geen inkomen, maar de meeste kunnen door ergens de was te doen, of door als schoonmaakster te werken in een ziekenhuis nog iets verdienen. Een oude man, die daar met zijn vrouw woont, krijgt aardappelen van een handelaar en verkoopt die weer op de markt. Daarna gaat hij terug naar de handelaar en betaalt hem. Er blijft een heel klein beetje over voor hem. Andere vrouwen repareren kleding en dekens voor winkels. Maar wat ze ook doen, het levert nooit meer op dan 5 of 10 dollar per maand. Daarvan moet dan een gezin leven van 8 of 9 personen. Kinderen lijden honger of krijgen alleen maar water en brood. Soms vinden ze iets op straat of op de markt. Een van de mannen bakt op bestelling bakstenen. De grondstof ligt voor het oprapen, want alle grond bestaat hier uit klei. Hij maakt een vuurtje, waarop hij de stenen bakt. Maar ook dat levert slechts af en toe een beetje geld op.



Er wordt water warm gemaakt op van alles wat maar branden wil en op straat te vinden is. Buiten zijn twee grote gaten van drie meter diep gegraven met daarboven een WC met een 'tentje' er omheen. Dat is het sanitair voor alle bewoners.



Eens per week stuurt de gemeente een dokter naar het gebouw, die daar een soort spreekuur houdt. Maar verder doet de gemeente of de regering niets. Ook zij hebben geen geld voor een structurele oplossing. Zoals hier zijn er nog minstens drie plaatsen, waar mensen moeten zien te overleven.



Het werk loopt nu lekker. Ik heb heel veel contacten kunnen leggen en heel veel informatie gekregen. Als het aan mij ligt gaan we in januari van start met weduwen die hulp het hardst nodig hebben, te beoordelen door het Ministerie voor Vrouwenzaken. Maar we hebben nog wel iets meer geld nodig dan we nu al hebben. Dus moeten we nog verder in de slag met ICCO en Kerk in Actie en andere gulle organisaties. Wel hebben we al een directrice gevonden, die nu hier verder gaat met het op poten zetten van de organisatie. Via de Nieuwsbrief in januari/februari horen jullie meer.



Zondag kom ik terug naar Nederland. En daar ben ik niet verdrietig van. Kabul is niet een mooie stad na dertig jaar oorlog en het is er vies en stoffig. 's Avonds is er af en toe een paar uur elektriciteit en iedereen is alleen maar bezig met overleven. Er zijn slechts enkele rijken, de rest is erg arm. Een mddengroep bestaat hier niet. Als vrouw kan je geen kant uit en als buitenlandse al helemaal niet. Er zijn weinig vrouwen te zien op straat, en dan heel veel nog in burka ook. En overal mannen, veel mannen. Die bepalen het straatbeeld en het openbare leven. Nee, mijn wereld is het niet.



Ik sprak een Noorse vrouw, die hier al anderhalf jaar woont: "Het is dat ik met vrouwen werk en mijn eigen huis hier heb, anders zou ik het niet uithouden." Bovendien ben ik ook weer toe aan mijn eigen omgeving en atmosfeer en weer eens even alleen zijn.



Vrede in jezelf. Janny